Op het juiste moment

“Ik woon in Woerden, dus dat voelde meteen dichtbij. Maar eerlijk is eerlijk: het kwam op precies het juiste moment in mijn leven. Ik werkte jarenlang in de detailhandel, tot ik ziek werd. Na mijn behandeling wilde ik zo graag weer aan de slag, maar dat liep anders. Eerst een scooterongeluk en tussendoor ook nog van de trap gevallen. Maar ik wilde niet meer wachten. Ik wil meedraaien in de maatschappij, iets betekenen voor anderen. En toen was daar die advertentie.”
Geen twijfels
“Zorgen voor mensen zit in mij. Ik ben altijd oppasmoeder geweest, verleende jaren mantelzorg aan mijn moeder toen zij dementie had en zorgde af en toe voor iemand in mijn omgeving met het syndroom van Down. Bij Reinaerde Selma Lagerlöfweg wonen vooral mensen met niet-aangeboren hersenletsel en die doelgroep kende ik nog niet goed.
Maar twijfel? Nee, die had ik eigenlijk niet. En het mooie is: het liep vanzelf. Zoals de gastvrouw hier zo mooi tegen me zei: “Jeannette, jij bent hiervoor gemaakt.” Zelfs cliënten die nauwelijks kunnen communiceren, leer je begrijpen. Dat gaat automatisch. Je voelt elkaar aan.”
Dinsdag en vrijdag zijn mijn dagen
“Elke dinsdag- en vrijdagmiddag ben ik op de Selma te vinden. Dan puzzel ik met Gert (hij is er helemaal gek op), ga ik een stukje wandelen als dat voor mij lukt, help ik met kledingkasten netjes maken, nagels lakken, koffiedrinken of gewoon samen zijn. Ik heb zelfs haren geknipt – een mooie boblijn! – en met Tweede Paasdag hielp ik bij de Paasbingo. Alles mag, niets moet. En stiekem hoop ik dat ik ooit gastvrouw kan worden, zodat ik net iets meer mag doen.”
Feyenoord, FC Utrecht en Gert

“De bewoners zijn zó blij als ik kom. Ik heb met iedereen wel een band, maar Gert springt er voor mij uit. Gert en ik zijn het niet altijd eens. Hij is voor FC Utrecht, ik voor Feyenoord, maar zodra voetbal ter sprake komt, is het ijs gebroken. Gert kan niet goed praten, dus ik stel vragen en hij antwoordt met ja of nee. Soms begrijpen we elkaar niet meteen.
Laatst lag ik ’s nachts in bed en dacht ineens: oooh, dát bedoelde hij! Ik had gevraagd of hij naar een wedstrijd ging, maar hij zei nee. Ik snapte niet waarom, tot ik me realiseerde dat het rond etenstijd was en dat hij dat niet zo kon verwoorden. De volgende keer zei ik tegen hem: “Ik droom zelfs over je, Gert!” We hebben er hard om gelachen.
André schuift vaak ook even aan. Hij gaat een beetje zijn eigen gang, maar komt er altijd bij zitten. En dan zet ik Radio 10 met jaren 90‑muziek aan. Meezingen, een beetje gek doen, ze genieten zó. En ik kan hier helemaal mezelf zijn. Dat voelen ze en waarderen ze enorm.”
Een zon van mozaïek
“Wat mij misschien wel het meest raakte, kreeg ik van Judith. Net zoals de meeste bewoners bij de Selma heeft ze de taalstoornis afasie. Woorden vinden is soms lastig voor haar en zinnen komen niet altijd soepel, maar wat ze toen zei was ontzettend raak. Ze maakte voor mij een mozaïektegel in de vorm van een zon en zei: “Jeannette, jij bent het zonnetje hier. Ik word altijd blij als jij er bent.” Die tegel staat op mijn slaapkamer. Ik zie ’m elke dag en kreeg er tranen van in mijn ogen.”
Je leert minstens zoveel terug
“Wat ik zo bewonderenswaardig vind aan de bewoners, is hun oprechte betrokkenheid. Ze zijn écht geïnteresseerd. Ze onthouden wat je vertelt. “Hoe gaat het thuis met je dochter?” “Weet je al of ze is aangenomen?” Die interesse is niet gemaakt. Het is puur en onvoorwaardelijk. En heel plat gezegd, ze zijn absoluut niet ‘gek’. Integendeel: je leert zoveel van ze.
Zoals van Mijndert. Hij heeft niet‑aangeboren hersenletsel en moest daardoor zelf leren vertragen.
Ik zat me eens vreselijk druk te maken over een puzzelstukje blauwe lucht dat maar niet paste. Gert pakte het stuk en legde het meteen goed neer. Ik voelde m’n frustratie oplopen. Toen maakte Mijndert mij, op zijn manier, iets duidelijk: “Vroeger deed ik ook alles snel. Nu rustig. Alles op z’n tijd. Laat het op je afkomen. Waar maak je je druk om?” Daar denk ik nog vaak aan.”

