
En dat zegt eigenlijk alles. De drie vrijwilligers komen al jaren naar onze woonlocatie in Nieuwegein. Na haar pensioen wilde Marianne graag iets doen voor een ander. "Ik woon om de hoek, zocht vrijwilligerswerk dichtbij huis en vroeg mijn oud-collega's Marijke en Willy of zij ook interesse hadden. Alle drie werkten we jarenlang in het basisonderwijs. Zo is het begonnen."
In het begin hielpen ze met het rondbrengen van de was. Zo leerden ze de bewoners rustig kennen. "Je kwam op iemands kamer, maakte een praatje en leerde elkaar steeds beter kennen," vertelt Marianne. "Daardoor waren we al bekende gezichten voordat we begonnen met de creatieve activiteiten."
Een klik die vanzelf ontstond
Hoewel ze vooraf geen ervaring hadden met mensen met een verstandelijke beperking, voelde het contact vanaf het begin natuurlijk. "Wij komen uit het onderwijs," vertelt Marianne. "Qua interesses en belevingswereld herkenden we veel. Natuurlijk is het een andere doelgroep, maar de aansluiting voelde heel vanzelfsprekend."
"Mensen zijn echt blij als je er bent," zegt Willy. "Dat doet wat met je." De breiclub bestaat uit een vaste kern bewoners, aangevuld met mensen van andere dagbestedingsgroepen. "Soms zitten er acht mensen, soms twaalf en soms zit het helemaal vol," vertelt Marianne. "Dan moeten we bijna zoeken naar een plekje."
Kijken wat iemand wél kan

Tijdens de creatieve ochtend kiest iedereen zelf wat die wil maken. De één breit een sjaal. De ander haakt een knuffeltje. Soms wordt er geweven of gepunnikt. "We kijken vooral naar wat iemand leuk vindt," zegt Marijke. "En naar wat bij iemand past." Op tafel verschijnen regelmatig kleurrijke lapjes wol waarvan nog niemand precies weet wat ze uiteindelijk worden. "Dan krijgen we een paar lapjes in onze handen gedrukt," lacht Willy. "En dan gaan we samen bedenken wat ervan gemaakt kan worden."
Van elk werkstuk wordt een foto gemaakt. "En daarna nog eentje,” vertelt Marianne. “Want iedereen moet het zien." Die komt in een dikke inspiratiemap terecht. "Dat vinden ze prachtig. Ze kijken graag naar wat anderen hebben gemaakt. Dan hoor je vaak: dat wil ik ook proberen!" Sommige bewoners nemen hun handwerk mee naar hun kamer en werken er tussendoor aan verder. "Dan komen ze de week erna vol trots laten zien hoe ver ze zijn," vertelt Willy. "Dat enthousiasme werkt aanstekelijk."
Trots op wat lukt
"Bewoners verleggen soms echt hun grenzen," vertelt Marianne. "Dan begint iemand met punniken, ziet een mooi gehaakt werkstuk en besluit ineens om het zelf ook te proberen." Dat vraagt vertrouwen. "Eigenlijk deden we dat in het onderwijs ook," zegt ze. "Mensen nét dat zetje geven waardoor ze denken: misschien kan ik dit toch."
Ook leren bewoners van elkaar. "We hebben iemand die met één hand breit," vertelt Marianne. "Als anderen dat zien, merk je dat ze denken: als zij dat kan, dan kan ik misschien ook meer dan ik dacht." "Je ziet echt groei," vult Willy aan. "Sommige bewoners worden steeds zelfstandiger."


