Kleine keuzes, grote betekenis

Samen leven samen zorgen bij Reinaerde

En er zijn er maar weinig die zó overtuigend ‘nee’ kunnen zeggen als Greetje. Of het nou gaat om een jas aantrekken, een trap opklimmen of een ander plagerig spelletje met vrijwilliger Marijke. In die kleine momenten schittert haar eigen wil, haar humor en haar kracht.

Een spelletje vol regie
Marijke: “De leukste spelletjes ontstaan vanzelf. In de loop van de jaren zijn er samen met Greetje een heleboel bedacht. Via Reinaerde De Heygraeff in Woudenberg trekken we al ruim vijfentwintig jaar met elkaar op en als je haar langer kent zie je het steeds beter aan haar gezichtsuitdrukking: ze kan plagen!

Ze spreekt heel graag af met mij, én – vooral – met mijn man Peter. Met z’n drietjes ergens kroketjes eten: helemaal leuk. Maar een hoogtepunt is als Peter Greetje in haar jas helpt. “Doe je armen maar in de mouwen!” staat de beste man hulpvaardig te wezen. Greetje balt haar vuisten en houdt haar armen gekruist tegen haar borst. “Neeneenee” zegt ze en schudt heftig met haar hoofd…

Peter staat er een beetje appelig bij, wat nu? Greetje houdt stug vol met haar schuddende hoofdje en dat ziet er veel grappiger uit dan ze zelf weet. Peter krijgt er de slappe lach van en dat is natuurlijk helemaal geweldig. Greetje heeft hem te pakken en ze voelt zich helemaal de baas!”

De baas

Samen leven samen zorgen - een eigen wil

“Een ander spelletje – waarin Greetje óók de baas is - is Het Spelletje Met De Trap. Dat begon, toen we een keer heel lang op een afspraak met een dokter moesten wachten. In de wachtkamer was een trap, die ik Greetje wilde laten “zien”. Haar zicht is niet zo best, dus ik liep hoorbaar de trap op naar boven en ging bovenaan zitten.

En toen begon het. “Greetje, mag ik weer naar beneden?” vroeg ik. “Neeneenee” was het antwoord uiteraard… En dáár ontstond het spelletje: ik moet vertellen hoe zielig ik ben, hoe alleen, dat ik bijna moet huilen en dat ze me dan moet troosten…

Gelukkig haalt Greetje uiteindelijk haar hand over haar hartje en strekt ze haar armen naar me uit. Ik mag naar beneden en daar krijg ik een knuffel. “Greetje, wat lief!! Dankjewel! Je hebt me gered!” roep ik dankbaar. Meestal wijst ze daarna weer naar boven (“Dáár!”) en moet het natuurlijk nog een keer. En nog een keer…”